Eerste convenant 2011-2013: Convenant geluidsbeleid muzieklocaties

Op verzoek van de politiek (o.a. Sabine Uitslag van het CDA) zijn partijen uit de muziekindustrie bij elkaar gekomen met artsen en de Nationale Hoorstichting. Doel was te bekijken of door zelfregulering gewerkt kan worden aan de bescherming van het gehoor van het publiek dat naar concerten en andere evenementen gaat. We peilden meningen omtrent een Convenant Geluidsbeleid Muzieklocaties dat op stapel stond. Het Convenant kwam tot stand; de muziekpartijen hebben ervoor getekend, samen met de Nationale Hoorstichting. Er waren verschillende mogelijkheden om de gestelde doelen te bereiken. Partijen waren met elkaar in gesprek; er zijn allerlei goede initiatieven gestart.

Tweede Convenant 2013-2016: Het Convenant preventie gehoorschade muzieksector 

Een tweede convenant werd afgesloten tussen de VVEM, de VNPF en het Ministerie van Volksgezondheid (VWS). Partijen kwamen overeen te werken aan: een beperking van de geluidsdruk, het meten en registreren van geluid, het verstrekken van gehoorbescherming, het geven van informatie. In de loop van het convenant (vanaf het derde kwartaal 2015) is afgesproken dat binnen SKEN gewerkt zou gaan worden aan het vergaren van de gemeten informatie (geluidsdruk bij evenementen en in poppodia) en de interpretatie daarvan. 

Derde Convenant 2016-2018: Het Tweede convenant preventie gehoorschade muzieksector 

Het 'Tweede convenant preventie gehoorschade muzieksector' werd in 2016 opnieuw afgesloten tussen de VVEM, de VNPF en het Ministerie van Volksgezondheid (VWS). In de reeks van Convenanten was het de derde; in samenwerking met VWS de tweede.

Partijen kwamen overeen te blijven werken aan: een beperking van de geluidsdruk, het meten en registreren van geluid, het verstrekken van gehoorbescherming, het geven van informatie. Samen wordt gekeken hoe meer partijen betrokken kunnen raken bij het onderwerp.

Afgesproken is dat binnen SKEN gewerkt wordt aan het vergaren van de gemeten informatie (geluidsdruk bij evenementen en in poppodia) en de interpretatie daarvan. Deze informatie kan vervolgens aan de Convenantpartners worden aangeboden.